Moeten duursporters gaan sprinten?

Moeten duursporters gaan sprinten?

Dr. Reinout Van Schuylenbergh is inspanningsfysioloog en zaakvoerder van 3Lab.be. Met meer dan 25 jaar ervaring in het coachen van atleten en het ondersteunen van coaches richt zijn werk zich op de vertaalslag van wetenschappelijke kennis naar praktijkgerichte toepassingen. Uithoudingssporten staan centraal in zowel zijn professionele als persoonlijke traject.
Sporter Blog Training Blog Fietsen Lopen Training

Dat duurtraining de uithoudingsprestaties ten goede komt, is een open deur induwen. Wat sprinttraining kan betekenen voor de duursporter vraagt enige duiding. Sportcoach Reinout Van Schuylenbergh legt je dit duidelijk uit. 

Anaerobe reserve

Sandford en medewerkers beschreven het effect van een hoog sprintvermogen op het prestatievermogen bij duursporters (Sandford et al, 2021). De auteurs hanteerden het begrip ‘anaerobic speed/power reserve’ om het prestatiegebied af te lijnen tussen het maximaal aeroob vermogen en de maximale sprintsnelheid. Laat ons dit even verder toelichten aan de hand van figuur 1. De figuur geeft het prestatievermogen weer van 2 geoefende wielrenners. Beide renners scoren even goed op uithoudingsvlak (aeroob vermogen, blauwe kleur). Echter op vlak van het piekvermogen scoort Carsten duidelijk beter dan Marcus. Carsten heeft bijgevolg een grotere anaerobe reserve (oranje vlak). Onderzoek heeft een sterke relatie aangetoond tussen de grootte van de anaerobe reserve en de volhoudtijd bij inspanningen boven het maximaal aeroob vermogen (Sanders et al, 2018). Voor het voorbeeld in de onderstaande grafiek hebben we de berekening weergegeven in tabel 1.

Bijdrage van lactaatproductie en zuurstofopname in functie van de inspanningsintensiteit

Figuur 1. Het maximaal aeroob (blauw) en anaeroob vermogen (oranje) bij 2 geoefende wielrenners.

 

Max aeroob vermogen

Max anaeroob vermogen

Anaerobe reserve

Volhoudtijd 400 Watt

Volhoudtijd 600 Watt

Marcus

300 W

800 W

500 W

62 sec

20 sec

Carsten

300 W

1200 W

900 W

84 sec

42 Sec

Tabel 1. Volhoudtijd voor inspanningen boven het maximaal aeroob vermogen.

Hoe kunnen we dit best verklaren? En moeten duursporters dus nu gaan sprinten?

Energielevering

Laat ons deze vraag eerst eens bekijken vanuit het aspect van de energielevering. Tijdens inspanning wordt de vereiste energie geleverd door zowel aerobe (blauwe lijn) als anaerobe processen (rode lijn) (figuur 2, de impact van het fosfageen systeem werd in deze figuur niet weergegeven). De intensiteit waarbij de rode curve de blauwe kruist heet de anaerobe drempel en is een belangrijke maatstaf voor de uithoudingsprestatie. Eenvoudig gesteld: hoger de anaerobe drempel, hoe hoger het prestatievermogen in duursporten. 

Sprinttrainingen hebben eerder een stimulerend effect op de anaerobe dan de aerobe energielevering, wat in de onderstaande figuur zichtbaar wordt door een opwaartse verschuiving van de rode curve (rode stippenlijn) en bijgevolg een verschuiving van de anaerobe drempel naar een lager inspanningsniveau. Vanuit deze redenering moet er alvast opgelet worden met overdreven sprinttraining voor duursporters! Vooral sprints van 10 – 60 sec, met hoge lactaatproductie, geven hiertoe aanleiding.

Waar ligt dan wél de winst van sprints voor de duursporter?

Het maximaal aeroob (blauw) en anaeroob vermogen (oranje) bij 2 geoefende wielrenners

Figuur 2. Bijdrage van lactaatproductie en zuurstofopname in functie van de inspanningsintensiteit

Coördinatie

Een hoog sprintvermogen vergt een vlekkeloze aansturing van de spieren en bewegingstechniek. We spreken over neuromusculaire coördinatie, ofwel het efficiënt samenspel tussen zenuwstelsel en bewegingsapparaat. Sprinttraining heeft een positief effect op de neuromusculaire coördinatie waardoor atleten efficiënter, met minder energieverlies, hun sport gaan beoefenen. Hier ligt voor heel wat duursporters winst te rapen. Daarom bevelen we aan om het uithoudingsschema te verrijken met versnellingen. Bouw je dit stelselmatig op, dan verhoog je ook je belastbaarheid en vermindert je blessurerisico. Wees wel alert voor te voortvarend sprints uit te voeren; dat verhoogt weer je risico op letsels (zie het artikel Lopen & Blessures).

Variatie

In een paper van Carl Foster (1998) worden risicofactoren van overtraining bij atleten toegelicht. Trainingsmonotonie blijkt uit deze studie een belangrijke risicofactor om overtraining te ontwikkelen. Sporters die dus steeds hetzelfde rondje fietsen of lopen, zelfs aan een matig tempo, verhogen hun risico op letsels en vermoeidheid. Sprinttrainingen zijn een manier om deze monotonie te doorbreken en de belastbaarheid te vergroten.

Zo pak je het aan:

    • Focus op de bewegingskwaliteit eerder dan op de pure sprintsnelheid. 
    • Neem veel rust tussen de sprints om op adem te komen (minstens 1 min passief herstel) en hou de sprints kort (max 15 sec). Beperk het aantal herhalingen om vermoeidheid te vermijden. 
    • Versnel van een matig tempo tot het hoogste tempo dat je vlot en zonder vermoeidheid kan bereiken. Eens die snelheid bereikt, breek je de sprint af.
    • Sporters die geen competitiesport beoefenen, volstaan met nu en dan eens een versnelling in te lassen. Het biedt wat variatie en versterkt de belastbaarheid. 
    • Competitiesporters voeren best systematisch sprinttrainingen uit. De balans tussen de aerobe en anaerobe energiesystemen dient evenwel bewaakt te worden zodat het vermogen (snelheid) aan de anaerobe drempel niet wordt ondermijnd door het sprintwerk. 

Jargon

Aeroob: Energielevering met tussenkomst van zuurstof. 

Anaeroob: Energielevering zonder tussenkomst van zuurstof.

Maximaal aeroob vermogen: Dit is de inspanningsintensiteit die overeenkomt met het niveau van de maximale zuurstofopname. Dit gaat over maximale inspanningen van 5 à 8 min.

Maximaal anaeroob vermogen: Dit gaat over de maximale inspanningsintensiteit die een atleet kan bereiken tijdens een sprint van 5 à 10 sec.

Anaerobe reserve: Dit geeft het inspanningsbereik aan tussen het maximaal aeroob en maximaal anaeroob vermogen.

Neuromusculaire coördinatie: aansturing van het spierapparaat vanuit het zenuwstelsel

Referenties

Sandford G, Laursen P, Buchheit M (2021) Anaerobic speed/power reserve and sport performance: scientific basis, current applications and future directions, Sports Med.

Sanders D, Heijboer M (2018) The anaerobic power reserve and its applicability in professional road cycling, J Sports Sci.

Foster C (1998) Monitoring training in athletes with reference to overtraining syndrome, Med Sci Sport Exerc.

Vind een expert

  • Eva De Mulder

    Podoloog
  • Mathieu Maroy

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Sofie Belis
    Sportarts - Huisarts

    Sofie Belis

    Huisarts, Sportarts
  • Bert Van Bogaert

    Huisarts, Sportarts, Trainer
  • Dirk Devleeschouwer

    Huisarts, Sportarts
  • Karl Brack

    Gynaecoloog
  • Guy Vandenhoven

    Sportarts
  • Koen Scheerlinck
    Penningmeester

    Koen Scheerlinck

    Sportkinesitherapeut
  • Angelique Veracx

    Angelique Veracx

    Osteopaat
  • Wito Leroy

    Huisarts, Sportarts
  • Ria Vanderstraeten

    Sportdiëtist
  • Gerda Smets

    Huisarts, Sportarts
  • Leonie Geukens

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Peter Lagrou

    Sportarts, Andere arts-specialist
  • Voorzitter

    Inge De Ridder

    Sportdiëtist
  • Ben Corteville

    Cardioloog
  • Eline Roels

    Podoloog
  • Frank Pauwels
    Voorzitter

    Frank Pauwels

    Sportarts
  • Bruno Vanhecke
    Secretaris

    Bruno Vanhecke

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Mathias Peeters

    Sportarts
  • Leon Ghijselinck

    Huisarts, Sportarts
  • Reinout Van Schuylenbergh

    Reinout Van Schuylenbergh

    Bewegingswetenschapper, Trainer
  • Bram Debaene

    Huisarts, Sportarts
  • Nick Hiltrop

    Cardioloog
  • Jettie Tempels

    Sportarts
  • Simon Claeys

    Simon Claeys

    Huisarts, Sportarts
  • Dieter De Clercq

    Sportarts
  • Wim Derave

    Bewegingswetenschapper
  • Sportieq vzw - Gezond Sporten

  • Frederik Deconinck

    Bewegingswetenschapper
  • Frank De Winter

    Sportarts
  • Raf Coremans

    Huisarts, Sportarts
  • Werner Vleugels

    Huisarts, Sportarts
  • Jolien Vanendert

    Diëtist, Sportdiëtist
  • Dorien Meeusen

    Sportdiëtist
  • Ondervoorzitter

    Stijn Bogaerts

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Cedric Arijs
    Psycholoog, Sportpsycholoog

    Cedric Arijs

    Psycholoog, Sportpsycholoog
  • Simon Dhondt

    Sportkinesitherapeut
  • Vincent Metsers

    Huisarts, Sportarts
  • Matthias De Paepe

    Kinesitherapeut
  • Katja Van Oostveldt
    Sportarts

    Katja Van Oostveldt

    Sportarts
  • Guy De Schutter

    Sportarts
  • Bie Peremans

    Kinesitherapeut
  • Kelly Cauwenbergh

    Kelly Cauwenbergh

    Diëtist, Sportdiëtist, Bewegingsdeskundige
  • Dominique Devriese

    Dominique Devriese

    Kinesitherapeut, Osteopaat

Gerelateerde items

Training
Apneu

Apneutraining: Acute en chronische effecten op inspanningstolerantie

Sporter Artikel Training Training Artikel Plus artikel
Training
Trainingsplan

Een trainingsplan, waarom en hoe begin ik eraan?

Sporter Blog Zwemmen Fietsen Lopen Training Training Blog
Voeding
Cafeïne en sport

Waarom zweren atleten bij cafeïne? Hoe cafeïne gebruiken voor optimale prestatie?

Sporter Blog Voeding Voeding Blog
Training
Blog_EK (halve) marathon.png

Nog 8 weken voor het EK (halve) marathon, hoe pak ik de training aan?

Sporter Blog Lopen Training Training Blog
Sluiten