Wat moet ik eten en drinken voor een lagere gewichtscategorie?

Wat moet ik eten en drinken voor een lagere gewichtscategorie?

We willen dat iedereen sport zorgeloos kan beleven. Als kenniscentrum willen we de sportsector (van recreatieve sporter tot topatleet, van mens tot organisatie) informeren, sensibiliseren en actief ondersteunen op het vlak van ethiek en gezondheid. Onze multidisciplinaire aanpak staat centraal in alles wat we doen.
Sporter Artikel Voeding Voeding Artikel Judo Boksen Roeien

Er bestaan enkele sporttaken waarbij atleten worden opgedeeld per gewichtsklasse, denk maar aan judo of roeien. Deze sporters moeten er voor zorgen dat hun gewicht (het minimale competitiegewicht) op de dag van de competitie ligt binnen de gewenste gewichtscategorie. Hier vind je hoe je minimale competitiegewicht kan berekenen en hoe je duurzaam kan afvallen wanneer dit nodig is. Zo bestaat er de lange- (in het ideale geval) en de kortetermijnstrategie (uitzonderlijk).

Sporttakken waarbij de atleten worden opgedeeld per gewichtsklasse, zoals judo of roeien, hebben hun eigen regels die bepalen hoe vaak en wanneer sporters moeten worden gewogen. Ze houden allemaal het risico in dat beoefenaars in een klasse willen kampen die ver van hun natuurlijk gewicht afwijkt. Meestal mikken deze sporters op een lagere klasse waarvoor ze soms extreme methodes toepassen: ze gebruiken laxeermiddelen of gaan ongezond weinig eten of drinken. Er zijn zelfs sporters die verboden producten (zoals vochtafdrijvende stoffen) nemen om toch maar in een lagere gewichtsklasse te kunnen aantreden.

Het kiezen van de gewichtscategorie is van belang, zeker voor jonge sporters aangezien hun groei en ontwikkeling niet gehinderd mag worden. De juiste categorie voor jou is deze die ruimte laat voor normale groei en gewichtstoename. Vasthouden aan een onrealistische categorie is uit den boze, geldend voor alle sporters die per gewichtsklasse wedijveren.

Je kan om een haalbare of correcte gewichtscategorie te bepalen, gebruik maken van een antropometrische analyse – waarbij lengte, gewicht en vetpercentage worden gemeten (en in het geval van kinderen en tieners ook de groei kan worden voorspeld). Soms is afvallen mogelijk en wenselijk. Een sporter die echter 5 kg boven de beoogde categorie zit en al een laag vetpercentage heeft, kan het best vrede nemen met een hogere gewichtscategorie, zeker als hij of zij nog groeit. Deze meting kan eveneens dienen om evoluties in de tijd te beoordelen. Het is belangrijk dat deze door ervaren personen wordt uitgevoerd zodat de resultaten niet worden vertekend door verandering van meetapparatuur of meettijdstip (’s ochtends of ’s avonds), door wat of hoeveel de sporter toevallig heeft gedronken of gegeten, of door een toiletbezoek. 

Om wantoestanden in sporten als worstelen te voorkomen, legden de Verenigde Staten eind jaren 90 een minimaal competitiegewicht op. Het principe daarvan is dat bij de start van het seizoen het vetpercentage wordt bepaald en op basis daarvan wordt het minimale competitiegewicht berekend. Het laagste toegelaten vetpercentage bedraagt voor mannen 5% en voor vrouwen 12%.

 

Hoe bereken ik mijn minimale competitiegewicht?

  1. Laat je vetpercentage vaststellen door een arts of diëtist (in principe kan je dat zelf ook maar niet nauwkeurig genoeg).
  2. Weeg je naakt (of gebruik het lichaamsgewicht dat je van stap 1 kent).
  3. Vermenigvuldig je gewicht met je vetpercentage om je vetmassa te berekenen.
  4. Trek die vetmassa af van je lichaamsgewicht om je vetvrije massa te kennen.
  5. Deel die vetvrije massa door één min je minimale vetpercentage (♂: 5%, ♀: 12%) 

Gebruikte formules:
Vetvrije massa = lichaamsgewicht – vetmassa
1 – 5% of 12% (het minimale vetpercentage)

Voorbeelden:

  1. Een man heeft 10% vet bij de start van het seizoen,
  2. en weegt 80 kg.
  3. Hij heeft dus 8 kg vet (80 kg x 10% = 8 kg).
  4. Zijn vetvrije massa bedraagt 72 kg (80 kg – 8 kg = 72 kg).
  5. Zijn minimale competitiegewicht is 75,8 kg (72 kg gedeeld door 0,95).
    ⟹ Deze sporter mag dus niet minder dan 75,8 kg wegen.
  1. Een vrouw heeft een percentage van 18 bij de start van het seizoen,
  2. en weegt 55 kg.
  3. Ze heeft dus 9,9 kg vet (55 kg x 18% = 9,9 kg).
  4. Haar vetvrije massa bedraagt 41,5 kg (55 kg – 9,9 kg).
  5. Haar minimale competitiegewicht is 51,3 kg (45,1 kg gedeeld door 0,88).
    ⟹ Deze sporter mag dus niet minder dan 41,3 kg wegen. 

 

De langetermijnstrategie

In het ideale geval streven sporters naar een competitiegewicht dat hun natuurlijk gewicht – bij een normaal vetpercentage – maximaal benadert. Moet een sporter toch duurzaam afvallen, dan is een langetermijnaanpak de enige verstandige keuze. Zo kan een matig energietekort (500 kcal/dag minder innemen dan je verbruikt) een gewichtsverlies van een halve kilo per week opleveren.

Een vermageringsdieet mag niet beletten dat een sporter kan blijven trainen. Daarom moet je altijd voldoende koolhydraten binnenkrijgen, alsook voldoende mineralen en vitaminen. Ondanks de eiwitbehoefte van 1,2 tot 1,5 g/kg lichaamsgewicht zelden een probleem stelt, is het toch slim om telkens ook een eiwitbron in je maaltijd op te nemen. Dit aangezien eiwitten je honger beter stillen, verlies van spiermassa beperken en bijdragen tot het herstel van eventuele schade aan je spierweefsel.

Vermageren wil dus zeggen: extra verstandig eten en niet zomaar voedingsmiddelen schrappen die een sportend lichaam nodig heeft. Frisdrank, vette of zoete snacks, alcohol en andere voedingsmiddelen die wel energie leveren maar verder weinig voedingswaarde hebben, mag je wel schrappen.

Een drastische energiebeperking (heel hard trainen, heel weinig eten, of een combo van beide) kan aantrekkelijker lijken, maar heeft ernstige nadelen. Het leidt namelijk tot verminderde kracht en slechtere recuperatie van inspanningen, wat op zijn beurt het risico op blessures of ziekte verhoogt, en zet op deze manier trainingsschema’s onder druk. Bovendien zijn te strenge diëten moeilijk vol te houden en naarmate mensen in hun oude eetpatroon vervallen, krijgen ze eveneens hun oude gewicht terug. Houden ze een onevenwichtige, extreem lage energie-inname wél vol, dan kan dat hun stofwisseling en de dichtheid van hun botten aantasten alsook allerlei voedingstekorten veroorzaken. Bij jonge sporters kan zo’n dieet de normale groei en ontwikkeling remmen.

 

De kortetermijnstrategie

In uitzonderlijke gevallen kan het nodig zijn dat een competitiesporter één tot twee dagen voor een weging beperkt (hooguit 2% van je lichaamsgewicht), snel en kortstondig gewicht verliest. Een normaal gevoed en gehydrateerd lichaam verdraagt dat doorgaans probleemloos, zolang je voor en na die twee dagen maar evenwichtig blijft eten en drinken. 

Om zo’n acute gewichtsdaling hanteer je gebruikelijk een combinatie van:

  1. Een matige energiebeperking. Meestal wordt de training afgebouwd naarmate de wedstrijd nadert (= taperen), de energie-inname moet tevens evenredig en met mate worden verminderd.
  2. Vezelarm eten. Tijdelijk minder vezels eten kan je gewicht verlagen. Aangezien dit niet gezond is, wordt deze maatregel dan ook maximaal drie dagen toegepast. Hierna moet je weer overschakelen op vezelrijke voeding. Om vezels in je voeding te beperken kan je bijvoorbeeld:
    • bruin brood vervangen door wit brood,
    • minder fruit en groenten eten,
    • ontbijtgranen (zoals muesli) vervangen door gepofte rijst,
    • aardappels vervangen door witte rijst of witte deegwaren.
  3. Meer zweten en minder drinken. Je kan extra transpireren door naar de sauna te gaan, extra te trainen of in een zweetpak te sporten. Wel is het zo dat hoe moer vocht je verliest, hoe negatiever de impact zal zijn op je conditie. Mede om deze reden kan het inzetten van laxeermiddelen of vochtafdrijvende (verboden diuretica) medicijnen op eigen houtje, verwoestend zijn voor je gezondheid en je conditie. Dit is dan ook ten zeerste af te raden.

Vind een expert

  • Koen Scheerlinck
    Penningmeester

    Koen Scheerlinck

    Sportkinesitherapeut
  • Karl Brack

    Gynaecoloog
  • Bert Van Bogaert

    Huisarts, Sportarts, Trainer
  • Frank De Winter

    Sportarts
  • Bram Debaene

    Huisarts, Sportarts
  • Dominique Devriese

    Dominique Devriese

    Kinesitherapeut, Osteopaat
  • Ben Corteville

    Cardioloog
  • Mathias Peeters

    Sportarts
  • Vincent Metsers

    Huisarts, Sportarts
  • Frederik Deconinck

    Bewegingswetenschapper
  • Werner Vleugels

    Huisarts, Sportarts
  • Eline Roels

    Podoloog
  • Frank Pauwels
    Voorzitter

    Frank Pauwels

    Sportarts
  • Kelly Cauwenbergh

    Kelly Cauwenbergh

    Diëtist, Sportdiëtist, Bewegingsdeskundige
  • Dirk Devleeschouwer

    Huisarts, Sportarts
  • Raf Coremans

    Huisarts, Sportarts
  • Katja Van Oostveldt
    Sportarts

    Katja Van Oostveldt

    Sportarts
  • Dieter De Clercq

    Sportarts
  • Gerda Smets

    Huisarts, Sportarts
  • Dorien Meeusen

    Sportdiëtist
  • Reinout Van Schuylenbergh

    Reinout Van Schuylenbergh

    Bewegingswetenschapper, Trainer
  • Ria Vanderstraeten

    Sportdiëtist
  • Guy De Schutter

    Sportarts
  • Simon Claeys

    Simon Claeys

    Huisarts, Sportarts
  • Mathieu Maroy

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Eva De Mulder

    Podoloog
  • Sofie Belis
    Sportarts - Huisarts

    Sofie Belis

    Huisarts, Sportarts
  • Leonie Geukens

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Voorzitter

    Inge De Ridder

    Sportdiëtist
  • Leon Ghijselinck

    Huisarts, Sportarts
  • Jolien Vanendert

    Diëtist, Sportdiëtist
  • Sportieq vzw - Gezond Sporten

  • Guy Vandenhoven

    Sportarts
  • Wim Derave

    Bewegingswetenschapper
  • Angelique Veracx

    Angelique Veracx

    Osteopaat
  • Jettie Tempels

    Sportarts
  • Ondervoorzitter

    Stijn Bogaerts

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Nick Hiltrop

    Cardioloog
  • Wito Leroy

    Huisarts, Sportarts
  • Bruno Vanhecke
    Secretaris

    Bruno Vanhecke

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Cedric Arijs
    Psycholoog, Sportpsycholoog

    Cedric Arijs

    Psycholoog, Sportpsycholoog
  • Bie Peremans

    Kinesitherapeut
  • Peter Lagrou

    Sportarts, Andere arts-specialist
  • Simon Dhondt

    Sportkinesitherapeut

Gerelateerde items

Sportgeneeskunde
Doping

Cardiovasculaire risico's van prestatie bevorderende middelen en dopinggebruik

Sportprofessional Sporter Sportprofessional Artikel Sportgeneeskunde Artikel
Training
Apneu

Apneutraining: Acute en chronische effecten op inspanningstolerantie

Sporter Artikel Training Training Artikel Plus artikel
Voeding
Sprint wielrennen

Natriumbicarbonaat suppletie verbetert de sprintprestatie na een gesimuleerde wielerwedstrijd

Sportprofessional Sportprofessional Artikel Voeding Voeding Artikel Plus artikel
Blessurepreventie
Hoe kunnen voeding en levensstijl de kwaliteit van je spieren en pezen beïnvloeden_.png

Hoe kunnen voeding en levensstijl de kwaliteit van je pezen en spieren beïnvloeden?

Sporter Artikel Voeding Blessurepreventie Blessurepreventie Voeding Artikel
Sluiten