We bewonderen allemaal wel verschillende sporters die op het allerhoogste niveau spelen. Misschien kijk jij wel op naar Nina Derwael, Arthur Van Dooren en/of Romelu Lukaku. Maar wat maakt deze topsporters nu eigenlijk zo succesvol? Hebben ze gewoon veel talent of komt het door hun enorme inzet? Of misschien door beide? Sportpsycholoog Eva Maenhout geeft je een antwoord op deze vragen in haar nieuwste blog!
Als amateur-sporter kan het geen kwaad om af en toe eens de groten der aarde te gaan bewonderen. De European Tennis Open vorig weekend in Antwerpen was daarom de ideale gelegenheid om de toptalenten en hun koers naar de overwinning te aanschouwen. Tweevoudig Olympisch kampioen Andy Murray, een indrukwekkende Jannik Sinner en zelfs een wervelende Xavier Malisse lieten hun klasseflitsen zien.
Het brein van topsporters
Wat kunnen we leren van het brein van topsporters? Wat zijn het voor mensen? Hebben ze bovenmenselijke eigenschappen, uitzonderlijke talenten? Of zijn de echte toppers vooral toonbeelden van doorzettingsvermogen? We zijn gek op mensen met een natuurlijke aanleg. We verkiezen hun mysterie en de magie boven routine. Maar zijn hun topprestaties niet eerder het resultaat van volharden in tamelijk gewone handelingen en routines? We zien niet de vele uren die ze slijten op de tennisbaan of in het zwembad, of de langzame ontwikkeling van amateur tot wereldtopper. Hebben ze hun grootsheid te danken aan hun anatomische voordelen? Of is die grootsheid haalbaar?
Grit
Waarom hebben sommigen succes en anderen niet? Een interessante invalshoek is het concept ‘grit’ van de Amerikaanse psychologe Angela Duckworth. ‘Grit’ betekent de doorgedreven inspanning, de volgehouden focus op je doelstellingen, over een langere periode, gedreven door de passie voor je sport of je vak. Duckworth boog zich over de vraag wat mensen succesvol maakt. Een intrigerende onderzoeksvraag, die ze aftoetste aan invloedrijke ‘genieën’, zoals Michelangelo, Mozart en Einstein. Wat bleek: niet hun intelligentie of creativiteit waren doorslaggevend, maar wel hun mate van doorzettingsvermogen. Echte toppers werken tot ze iets helemaal onder de knie hebben, en daarna beginnen ze gewoon opnieuw. Deze twee eigenschappen – de wil om door te zetten ondanks tegenkanting én de energie om door te bijten op lange termijn – noemde Duckworth ‘grit’.
De succesformule
Hoeveel uren moet je dan wel trainen om een wereldtopper te worden? Vaak wordt in sportmiddens verwezen naar het onderzoek van de Zweedse professor Anders Ericsson in verband met de tienduizendurenregel. Gemiddeld zouden mensen 10 000 uren training nodig hebben vooraleer ze expert zijn, of het gaat om pianospelen, turnen of schilderen. ‘Als je maar hard genoeg werkt, komt het allemaal wel goed’, is vaak de teneur. Helaas klopt dat niet.
Het is maar een deel van het verhaal, want ook talentvolle sporters geraken er niet zomaar. De trainingsarbeid moet deliberate practice zijn: doelgericht trainen, zelfbewust en met feedback van een expert. Drie voorwaarden waar ambitieuze amateurs niet altijd rekening mee houden.
Hoe gritty ben jij?
Ons potentieel is één ding. Wat we ermee doen, is iets heel anders. Ik ben een enthousiaste amateur, en kom gritty op de tennisbaan, maar om zo consistent op langere termijn me aan mijn doelen te houden, zal ik toch uit een ander vaatje moeten tappen.
Leestip: De gritfactor – Angela Duckworth










