Wat moet je weten over krachttraining?

Wat moet je weten over krachttraining?

We willen dat iedereen sport zorgeloos kan beleven. Als kenniscentrum willen we de sportsector (van recreatieve sporter tot topatleet, van mens tot organisatie) informeren, sensibiliseren en actief ondersteunen op het vlak van ethiek en gezondheid. Onze multidisciplinaire aanpak staat centraal in alles wat we doen.
Sporter Artikel Training Artikel Training

Krachttraining doet beroep op oefeningen aan een relatief hoge belasting met als hoofddoel de kracht en/of het volume van je spieren te doen toenemen. Deze trainingsvorm maakt al geruime tijd deel uit van de trainingsprogramma’s van competitiesporters en wordt steeds populairder bij recreanten in functie van voornamelijk de algemene fysieke fitheid. Krachttraining bestaat uit een aantal parameters waarin de verscheidene soorten krachttrainingen verschillen van elkaar. Het gaat om de type spiercontractie, de intensiteit van de krachttraining, het aantal herhalingen, het aantal reeksen, de rust tussen de reeksen en de frequentie van de krachttrainingen.


Type contractie

Een eerste parameter is de wijze waarop een spier samentrekt of het type contractie. Er worden klassiek twee types onderscheden:

    • De isometrische of statische contractie waarbij de spier niet verkort. Deze contractie vindt plaats wanneer je bijvoorbeeld zo hard mogelijk tegen een muur duwt: de muur verplaatst niet en de spieren van je armen worden niet verkort, maar ze ontwikkelen wel spanning.
    • De dynamische contractie die wel gepaard gaat met een verandering van de spierlengte. Wanneer de spier verkort is het een concentrische contractie en wanneer de spier verlengt excentrische contractie

Als je bijvoorbeeld de biceps curl uitvoert, zoals hieronder weergegeven, zal je spier (biceps) verkorten als je het gewicht naar je lichaam brengt (= concentrische fase) en weer verlengen als je het gewicht terug naar onder verplaatst (= excentrische fase). Doordat bij de excentrische contractie de spanning in je biceps groter is dan de weerstand die je vast hebt (het gewicht), krijg je de indruk dat ditzelfde gewicht lichter is tijdens de excentrische fase (spierverlenging) van de beweging in vergelijking met de concentrische fase (spierverkorting). De kracht die ontwikkeld kan worden bij een excentrische contractie is dus groter dan bij een concentrische contractie. Het risico op spierletsels neemt toe met grotere krachtontwikkeling: excentrische bewegingen zijn dus gevoeliger voor blessures dan concentrische.


Kracht modaliteiten 1

In oefenprogramma’s worden dynamische contracties het frequentst gebruikt. 

 

De intensiteit

De intensiteit van je oefeningen wordt in krachttraining meestal uitgedrukt in percentage van je 1RM (repetition maximum). Dit is de last (in kilogram) die je slechts éénmalig op een technische manier over het volledige bewegingsbereik kunt verplaatsen. Dit bepaal je voor de start van je krachttrainingsprogramma idealiter voor elke oefening die je uitvoert in je schema.

Het bepalen van je 1RM vergt een maximale krachtinspanning en zeer zware lasten. Dit houdt echter risico’s in op overbelastingsletsels en bovendien is het niet altijd mogelijk om de 1RM-waarde te bepalen, en in bepaalde gevallen zelfs niet wenselijk (bijvoorbeeld in de revalidatietraining). Beginnende sporters kunnen daarom hun 1RM berekenen o.b.v. hun 4, 6 of 10RM. Wanneer je een bepaalt gewicht maximaal 10 keer goed kan verplaatsen, spreek je van je 10RM-waarde.

De 1RM-methode kent enkele nadelen zoals hierboven reeds vermeld. Om deze reden werden andere methoden ontwikkeld om de intensiteit tijdens krachttraining te bepalen, waaronder bijvoorbeeld velocity based training. Voorlopig blijft 1RM wel de meest gebruikte werkwijze.

Kracht modaliteiten 2

Kracht modaliteiten 3

Om kracht te winnen zal je een belasting moeten gebruiken die de spierkracht tijdens ‘normale’ bezigheden overtreft. Denk maar aan het principe van de overload dat ook hier geldt. Het lichaamsgewicht, althans voor bepaalde oefeningen, vormt een voldoende grote belasting voor krachtontwikkeling.

 

Aantal herhalingen

Het aantal herhalingen dat je kan uitvoeren is afhankelijk van de gebruikte belasting. Zo laat een belasting van 70-75% van de 1RM-waarde gemiddeld 10 tot 12 uitvoeringen toe, terwijl een belasting van 90-95% 1RM hoogstens 2 tot 3 herhalingen toelaat. Deze hoeveelheden zijn persoonlijk en moet je wat ondervinden. Naast de gebruikte belasting hangt het aantal herhalingen tevens af van het doel dat je stelt (spierkracht, -volume of krachtuithouding).

 

Aantal reeksen

Een reeks is een aantal herhalingen na elkaar zonder rustpauze en is tevens afhankelijk van het aantal uitvoeringen per reeks. Een belasting van 70-75% 1RM herhaal je 10 tot 12 keer en dit in 4 tot 5 reeksen, een belasting van 90-95% daarentegen voer je minder herhalingen uit (2 tot 3) maar dit wel veel keer (6 tot 10 reeksen).

 

Volgorde oefeningen

Je voert het best één oefening een aantal keren na elkaar uit. Dit kan enerzijds door de reeksen van één oefening elkaar onmiddellijk te laten opvolgen (horizontale sequentie = geïsoleerde oefeningen) of door anderzijds eerst de eerste reeks van elke oefening uit te voeren, vervolgens de tweede reeks van elke oefening enzovoort (verticale sequentie = circuittraining). Hoe de reeksen elkaar opvolgen is onder meer afhankelijk van je vooropgestelde doel. Zo zal je bij de horizontale sequentie een onvolledige recuperatiegenereren van je spieren tussen de reeksen. Je spier wordt uitgeput waardoor hij wordt geprikkeld om zich structureel aan te passen (bijvoorbeeld het spiervolume of de energievoorraden doen toenemen). Bij verticale sequentie daarentegen geef je je gebruikte spier(en) de tijd zich te herstellen (volledige recuperatie) waardoor de energievoorraad wordt aangevuld en zenuwrecuperatie plaatsvindt. Op deze manier kan je de volgende reeks aanvangen in een minimale vermoeidheidstoestand en zal je je spier beter gecoördineerd doen samentrekken.


Kracht modaliteiten 4

Als beginner is de circuitmethode interessant omwille van de snelle afwisseling van oefeningen. Je kan zeker ook een mengvorm toepassen tussen beide werkwijzen. Zo kan je bijvoorbeeld spiergroepen afwisselend trainen: armoefening laten volgen door beenoefening en dit verschillende malen herhalen, of eerst een agonist trainen en dan de antagonist.

 

Rust tussen reeksen

De duur van de pauze tussen twee reeksen vormt een ander belangrijk element tijdens krachttraining en is wederom afhankelijk van het soort kracht dat beoogd wordt. Je lichaam heeft na een uitputtende reeks energievoorraden opgebruikt. Na ongeveer 30 seconden rust is de helft weer aangevuld, na 3 tot 5 minuten is de anaerobe energievoorraad volledig aangevuld. 

 

Frequentie van de oefensessies

Bij krachttraining moeten we tevens rekening houden met supercompensatie, en dus de recuperatieperiode tussen de trainingen, welke ongeveer 36-60u duurt afhankelijk van je niveau/ervaring. Algemeen zijn er twee tot drie sessies per week nodig om een maximale ontwikkeling te krijgen van een fysieke eigenschap (hier: kracht). Als beginner heb je reeds baat bij één oefensessie per week om vooruitgang te boeken. Indien je meer kan trainen dan is het nodig minstens één rustdag in te lassen tussen twee trainingen in, zeker wanneer je dezelfde spiergroepen wenst te trainen. Bepaalde sporters van hoog niveau voeren elke dag spierversterkende oefeningen uit maar wisselen van de ene dag naar de andere de oefeningen zodat verschillende spiergroepen getraind worden.

 

Meest gebruikte trainingsvormen

Er bestaan een heleboel methoden om het aantal herhalingen en aantal reeksen van je krachttraining op te bouwen. Hieronder worden er enkele eenvoudige meegegeven.

    • Constante belasting bestaat uit het herhalen van verschillende series met een identieke belasting en hetzelfde aantal herhalingen.
      Voorbeeld: 3 x 10 x 60% (3 reeksen van 10 herhalingen aan 60% van je 1RM)

Deze werkwijze maakt het mogelijk een groot werkvolume te bereiken en bevordert de spierhypertrofie (spiervolume). Ook de krachtuithouding wordt binnen bepaalde grenzen ontwikkeld, maar bovenal is het de ideale werkmethode voor de beginner.

    • Trapsgewijs bestaat uit het progressief verhogen van de last terwijl je het aantal herhalingen per reeks vermindert
      Voorbeeld: 2 x 10 x 60% – 2 x 7 x 70% – 2 x 5 x 80%

Deze werkwijze laat toe de spieren gewoon te worden aan een steeds grotere trainingsbelasting. Ze vormt een belangrijke stap in de progressie van werken onder constante belasting naar het klassiek pyramidaal systeem.

    • Klassieke pyramide houdt in wat zijn naam al zegt: de werkbelasting neemt toe tijdens de opeenvolgende series om dan weer geleidelijk af te nemen terwijl het aantal herhalingen per reeks op een tegenovergestelde manier evolueert.
      Voorbeeld: 10 x 50% – 8 x 60% – 6 x 70% – 4 x 80% – 2 x 90% – 4 x 80% – 6 x 70% – 8 x 60% – 10 x 50%

Deze manier van trainen laat toe een groot werkvolume te verzetten door hoge lasten te gebruiken. Bij goed getrainde sporters kan de maximale belasting 100% van de 1RM-waarde bereiken, maar voor een weinig getrainde persoon wordt aangeraden de 80% van de 1RM niet te overschrijden. 

    • Contrastmethode wisselt een aantal herhalingen aan een hoge intensiteit af met meer herhalingen aan een lagere intensiteit. Hierdoor wordt je krachtbarrière doorbroken. 
      Voorbeeld: 6 x 80% – 9 x 50% – 6 x 80% – 9 x 50% – 6 x 80% – 9 x 50% – 6 x 80% – 9 x 50%

Vind een expert

  • Koen Scheerlinck
    Penningmeester

    Koen Scheerlinck

    Sportkinesitherapeut
  • Katja Van Oostveldt
    Sportarts

    Katja Van Oostveldt

    Sportarts
  • Raf Coremans

    Huisarts, Sportarts
  • Bram Debaene

    Huisarts, Sportarts
  • Vincent Metsers

    Huisarts, Sportarts
  • Ben Corteville

    Cardioloog
  • Dirk Devleeschouwer

    Huisarts, Sportarts
  • Sportieq vzw - Gezond Sporten

  • Simon Dhondt

    Sportkinesitherapeut
  • Guy De Schutter

    Sportarts
  • Frederik Deconinck

    Bewegingswetenschapper
  • Eline Roels

    Podoloog
  • Werner Vleugels

    Huisarts, Sportarts
  • Cedric Arijs
    Psycholoog, Sportpsycholoog

    Cedric Arijs

    Psycholoog, Sportpsycholoog
  • Reinout Van Schuylenbergh

    Reinout Van Schuylenbergh

    Bewegingswetenschapper, Trainer
  • Gerda Smets

    Huisarts, Sportarts
  • Peter Lagrou

    Sportarts, Andere arts-specialist
  • Ondervoorzitter

    Stijn Bogaerts

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Ria Vanderstraeten

    Sportdiëtist
  • Eva De Mulder

    Podoloog
  • Karl Brack

    Gynaecoloog
  • Voorzitter

    Inge De Ridder

    Sportdiëtist
  • Jettie Tempels

    Sportarts
  • Frank De Winter

    Sportarts
  • Guy Vandenhoven

    Sportarts
  • Nick Hiltrop

    Cardioloog
  • Sofie Belis
    Sportarts - Huisarts

    Sofie Belis

    Huisarts, Sportarts
  • Bruno Vanhecke
    Secretaris

    Bruno Vanhecke

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Leonie Geukens

    Fysisch arts / Revalidatie arts
  • Frank Pauwels
    Voorzitter

    Frank Pauwels

    Sportarts
  • Leon Ghijselinck

    Huisarts, Sportarts
  • Simon Claeys

    Simon Claeys

    Huisarts, Sportarts
  • Wim Derave

    Bewegingswetenschapper

Gerelateerde items

Training
Apneu

Apneutraining: Acute en chronische effecten op inspanningstolerantie

Sporter Artikel Training Training Artikel Plus artikel
Sportgeneeskunde
Doping

Cardiovasculaire risico's van prestatie bevorderende middelen en dopinggebruik

Sportprofessional Sporter Sportprofessional Artikel Sportgeneeskunde Artikel
Blessurepreventie
enkelverzwikking

Veel voorkomende sportblessures: een enkeldistorsie

Sporter Artikel Factsheet Video Blessurepreventie Training Gezond Sporten Blessurepreventie Training Gezond Sporten Artikel Video
Blessurepreventie
brace of tape .png

Sporten met een brace of een tape?

Sporter Artikel Blessurepreventie Training Gezond Sporten Blessurepreventie Training Gezond Sporten Artikel
Sluiten