... elk sporttrauma een 'onzichtbare prikkelbron' voor latere identieke blessures inbouwt door het spiergeheugen (via het mechanisme 'counterstrain')?!
Welke sporter kent de volgende situatie niet? Stel, je liep bijvoorbeeld een enkelverstuiking op. Nadien ben je een tijdlang niet in staat geweest om te trainen of aan wedstrijden deel te nemen. Dat werd je afgeraden of het was eenvoudigweg niet mogelijk. Je revalidatie verloopt nadien echter gunstig en dat stelt je arts in staat om opnieuw groen licht te geven voor stelselmatige trainingsopbouw. Met andere woorden, je bent bijna helemaal terug op het terrein. Maar dan gebeurd het ondenkbare opnieuw, terug een identieke blessure. Opnieuw pijn. Soms wordt het wel eens als een 'reactie op’ afgedaan.
Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat de oorzaak van dergelijke sportblessures en ik citeer "het al eens eerder gehad hebben van dezelfde blessure" moet zijn.
Omdat er altijd een eerste keer is dat je een bepaalde blessure oploopt (‘first timer’) is dit een kort-door-de-bocht uitleg. Deze theorie klopt in de praktijk eerder niet dan wel. Dat ze voor veel discussie zorgt, is dan ook logisch.
Wat wél vaststaat is dat een verklaring voor her-blessures moet gezocht worden in die ingebouwde 'onzichtbare prikkelbron', net op het moment van de blessure. Dat mechanisme kreeg in de osteopathie (een vorm van manuele geneeskunde) de term ‘counterstrain’ mee. Hier volgt een woordje uitleg.
Kort gezegd is counterstrain het ‘onzichtbare neurologische gedeelte’ dat bij elk trauma hoort. Het wordt in de osteopathie daarom als een soort ingebouwd hervalrisico gezien.
Counterstrain is een spierspoel-zenuwmechanisme dat in 1953 door de Amerikaanse arts-osteopaat Lawrence Jones werd blootgelegd.
Hij beschrijft het in vaktaal als een antagonistisch spiergeheugen, of een opgeslagen "post-traumatische actieve gamma-lus". Electromyografisch onderzoek toont aan dat deze actieve spierspoel-zenuw-lussen van niet gekwetste gebieden vaak ernstiger zijn dan dat van spieren rond het effectief gekwetste gebied! De term 'counterstrain’ is daarom zeer goed gekozen.
Bekijk als sporter counterstrain dus gerust als een 'sluipschutter aan boord', die kan toeslaan op het moment dat je sportbelasting terug intensiever wordt, als je je topniveau opnieuw bereikt en dan zorgt voor quasi-identieke blessures.
Belangrijk om te onthouden is dat counterstrain -de hervaltrigger - in het lichaam blijft zitten, tenzij je professioneel osteopaat het weghaalt. Soms is dat pas jaren nadien! Die actieve prikkelbron zit bovendien nooit in het blessuregebied, maar wel de reactieve niet-gekwetste zijde. Het gebeurt dus vaker dat dit in de rehab over het hoofd wordt gezien en pas laattijdig, na het zoveelste herval wordt opgemerkt.
Een goed voorbeeld hiervan zijn enkelverstuikingen, maar ook nek-en rugklachten bij bijvoorbeeld contactsporten en wielrennen hebben hier vaak mee te maken. Welke sporter hield het in deze gevallen bij slechts één episode?
Als dit allemaal herkenbaar lijkt, spreek dan gerust een professioneel osteopaat aan. Normaal gezien volstaat hiervoor zelfs één positionele interventie!
Extra weetje: onderzoek toont aan dat het behandelen via de populaire dry-needling techniek hierop geen enkel effect heeft. Het échte target ligt dus op een ander niveau.







