GEZOND SPORTEN

Home > Gezondheidsrisico's > Blessures van spieren, gewrichten en botten > Groeigerelateerde blessures

Groeigerelateerde blessures

 


Als volwassen sporters een letsel van het bewegingsapparaat oplopen, dan heeft dat vaker te maken met een spier, pees of gewricht dan met een van hun botten. Voor sportende kinderen ligt dat anders. Bij hen zijn de uiteinden van de botten nog niet uitgehard. Op die plaatsen zitten groeischijven van kraakbeen, die pas na de groei verdwijnen. Daardoor lopen ze een risico op een groeigerelateerd sportletsel.

Als tijdens de groeispurt veel kracht wordt uitgeoefend op de nog zachte plaatsen waar de pezen aan het bot vastzitten, dan kan dat irritatie of schade veroorzaken, vooral in de knieën en de hielen. Extra vervelend is dat kinderen in de groeileeftijd ook vaak fanatiek sporten.

De meeste groeipijnen kunnen worden opgelost met rust of door minder hard te trainen.

 

Osgood-Schlatter

Bij de ziekte van Osgood-Schlatter (OS) krijgt het kind knagende pijn onder de knie doordat de dijspieren langs de kniepees aan de groeischijf van het scheenbeen trekken. Eerst hebben kinderen na het rennen, springen of knielen last en vervolgens ook tijdens die activiteiten. Osgood-Schlatter komt veel voor bij voetballers en hardlopers tussen tien en zestien, vooral in geval van een snelle groeispurt.

Naar schatting één op de vijf tieneratleten krijgt OS, tegenover één op de twintig tieners die niet sporten. Jongens lopen vier keer meer risico dan meisjes, maar meisjes kunnen de aandoening al vanaf acht of negen jaar krijgen. Het kan nuttig zijn de knie enkele maanden te laten rusten. Ook ijskompressen en oefentherapie kunnen helpen, naast veel geduld. Bij OS is het oppassen voor vergroeiing van een losgetrokken groeikraakbeenschijf.

 

Sinding-Larson-Johansson

Het syndroom van Sinding-Larson- Johansson of SLJ is een ontsteking aan de onderkant van de knieschijf. Ook daar zit groeikraakbeen. Overbelasting op die plek brengt irritatie en ontsteking met zich mee, maar iets hoger dan bij Osgood-Schlatter. De pijn neemt toe bij het springen en rennen, of als je op de knieschijf drukt.

SLJ treft vooral sporters tussen tien en veertien jaar die balsporten of atletiek beoefenen en dus vaak sprinten en springen. Deze aandoening treft ongeveer één op de vijf jonge sporters. Rust en fysiotherapie kunnen helpen. SLJ gaat vanzelf over, maar dat kan maanden en zelfs jaren duren. Of de tiener al die tijd nog kan sporten, hangt af van de ernst van de kwaal.

 

Sever

De ziekte van Sever zit in de groeischijf van het hielbeen en wordt veroorzaakt door een te grote trekkracht van de achillespees. Sever is de belangrijkste oorzaak van hielpijn bij kinderen en tieners — goed voor twee procent van alle voetbalblessures. Het probleem lost vanzelf op naarmate het tienerskelet volwassen wordt.

 

Osteochondritis dissecans

Bij osteochondritis dissecans (OD) ontstaan scheurtjes in het kraakbeen en het bot van een gewricht — de knie vaak, of beide knieën. Het kraakbeen en het bot versplinteren, waardoor losse fragmenten in het gewricht terechtkomen. Die veroorzaken pijn en kunnen op hun beurt nog meer schade aanrichten. OD is tamelijk moeilijk vast te stellen, omdat de klachten afhangen van het ziektestadium en van nog andere aandoeningen kunnen komen.

De vorm die vooral bij kinderen tussen vijf en vijftien jaar voorkomt, treedt op in de groeischijven. Soms repareert de knie zichzelf, maar in gevorderde fasen is vaak een operatie nodig. OD is een belangrijke oorzaak van gewrichtspijn bij sportieve kinderen en tieners.

 

 

******