GEZOND SPORTEN

Home > Gezondheidsrisico's > Sporten met een chronisch gezondheidsprobleem > Diabetes

Diabetes

Diabetes en het verschil tussen type 1 en type 2

Diabetes heb je als er te veel suiker in je bloed zit. Daarom wordt de aandoening ook suikerziekte genoemd. Er zijn verschillende soorten diabetes. Bij type 1-diabetes is de alvleesklier (pancreas) niet in staat tot de productie van insuline, het hormoon dat de glucose (suiker) in het bloed onder controle houdt. Je moet je lichaam dan zelf insuline toedienen met een pen of een pompje. Type 1-diabetes is niet te voorkomen of te genezen, maar met de juiste medische begeleiding valt met deze ziekte goed te leven, en te sporten.

Bij type 2-diabetes maakt het lichaam nog wel insuline aan, maar te weinig, of reageert het lichaam onvoldoende op dat hormoon. Als je veel beweegt, gezond eet en eventuele medicatievoorschriften goed volgt, dan kun je deze vorm van diabetes onder controle krijgen en in bepaalde gevallen zelfs omkeren.

Type 1-diabetes

Dit is de vorm van diabetes die we het vaakst bij kinderen en jonge mensen zien. Ze drinken en plassen opvallend vaak, kunnen last hebben van jeuk, vermoeidheid of gewichtsverlies en moeten geregeld hun suikerspiegel controleren met een prikje in de vinger. Is de bloedsuikerconcentratie (glykemie) te laag, dan moeten ze suiker nemen; is hij te hoog, dan moeten ze insuline spuiten.

De insuline die patiënten zichzelf toedienen, werkt sneller als ze sporten. Ze moeten er dus voor zorgen dat hun bloedsuiker niet te sterk daalt wanneer ze zich inspannen. Dat kunnen ze doen door de hoeveelheid koolhydraten die ze vóór en na het sporten eten, af te stemmen op de sportactiviteit. Bij een tekort aan insuline kan de bloedsuikerspiegel tijdens inspanning juist te hoog worden, waardoor je in ernstige gevallen in een coma kunt belanden. Daarom moeten type 1-patiënten insuline toedienen vóór ze zich inspannen. Sporten ze vaak,dan is er de optie een pompje te gebruiken dat automatisch insuline afgeeft. De juiste balans vinden tussen insuline en koolhydraten is soms moeilijk, maar zeker mogelijk.

Type 1-diabetes en sport hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel, sommige type 1-patiënten zijn topsporters. Voormalig Anderlecht-speler Pär Zetterberg bijvoorbeeld is type 1-patiënt. Er bestaat zelfs een professionele wielerploeg voor renners met type 1-diabetes: Team Novo Nordisk.

Conditioneel hoeven type 1- patiënten niet onder te doen voor andere sporters, al zijn inspanningen voor hen vaak wat zwaarder. Sporten maakt spieren tijdelijk vatbaarder voor insuline, tot een of twee dagen na de inspanning. Daarom is sporten ook echt nuttig voor mensen met diabetes.

Type 2-diabetes

Als je type 2- diabetes hebt, dan reageert je lichaam minder goed op insuline, gaat er minder glucose uit je voeding als brandstof naar de cellen en blijft er te veel suiker achter in je bloed. Dat is insulineresistentie. Zonder maatregelen wordt het probleem met de jaren steeds erger. Vroeger werd deze aandoening ‘ouderdomsdiabetes’ genoemd, om het verschil met type 1 duidelijk te maken. Vandaag komt type 2-diabetes op steeds jongere leeftijd voor en is de term ‘ouderdomsdiabetes’ niet meer relevant.

Een ongezonde leefstijl – verkeerde voeding en te weinig beweging – is een belangrijke oorzaak van de type 2-epidemie. Je kunt deze vorm van diabetes dus krijgen van te veel zitten of van overgewicht. Ook ongezonde voeding, roken en bepaalde geneesmiddelen kunnen type 2 in de hand werken. De ziekte is in veel gevallen te voorkomen, maar niet altijd, want ook aanleg speelt een rol. Heb je mensen met type 2-diabetes in je familie, dan moet je extra op je hoede zijn.

Vermoeidheid, een droge mond, wazig zien, hardnekkige infecties, veel dorst, vaak moeten plassen, blaasontstekingen of urineweginfecties … De symptomen zijn ongeveer dezelfde als die van type 1, maar ze komen langzamer op. De mensen in kwestie wennen aan de ongemakken en beseffen vaak jarenlang niet dat ze diabetes of het voorstadium ervan (prediabetes) hebben. Dat is verraderlijk, want zonder behandeling kan type 2-diabetes je hart, bloedvaten, ogen, zenuwen en nieren aantasten.

Herken je de symptomen, dan moet je naar de huisarts. Zelfs als je al jaren met vermoedelijke symptomen van type 2-diabetes rondloopt, dan nog loont het de moeite je gezondheid over een andere boeg te gooien. De huisarts prikt je vinger aan, vangt een druppeltje bloed op en meet je glucosewaarde. Is die hoger dan 11 millimol per liter bloed, dan volgt een tweede ‘nuchtere’ meting, nadat je minstens acht uur niets hebt gegeten of gedronken. Is de glucosewaarde meer dan 6 mmol/l, dan heb je diabetes.

Bewegen is een belangrijk onderdeel van de type 2-diabetesbehandeling. Als je veel beweegt, dan gaan je bloedsuikerwaarden omlaag, verklein je het risico op  klachten en complicaties, en kun je ook je gewicht beter onder controle houden. Vroeger was type 2-diabetes een ziekte die je in het beste geval onder controle kon krijgen; genezing werd niet mogelijk geacht. Vandaag zijn steeds meer wetenschappers ervan overtuigd dat sport, in combinatie met gezond eten en de juiste geneesmiddelen eventueel, type 2-diabetes wel degelijk kan omkeren. Er zijn weinig ziekten waarin sporten en bewegen zo’n verschil kunnen maken. Een combinatie van kracht- en duurtraining is het beste.

Voeding

De tijd dat patiënten een streng "diabetesdieet" moesten volgen, is gelukkig voorbij. Toch moeten diabetici extra op hun voeding letten, anders is het onmogelijk diabetes met bloedsuikerverlagende pillen of met insuline in bedwang te krijgen. Gezonde en gevarieerde voeding op basis van de voedingsdriehoek is het basisadvies. Extra aandacht is nodig voor de koolhydraten, vetten en vezels die patiënten eten. Ook belangrijk is dat ze niet meer energie innemen dan ze nodig hebben, zodat hun gewicht onder controle blijft.

Een van de manieren om type 2-diabetes te voorkomen of aan te pakken is het gebruik van koolhydraatarme voeding. Doe dat nooit op eigen houtje. Een voedingspatroon met weinig of geen koolhydraten is niet voor iedereen geschikt en mag enkel onder begeleiding van een arts en diëtist worden gestart. Misschien moet je medicatie worden aangepast. Het risico op een hypoglycemie (te lage bloedsuiker) neemt toe als je een koolhydraatarme voeding combineert met geneesmiddelen die de insulineproductie stimuleren, of met insuline zelf.

Tips:

  • Zorg voor een gezond lichaamsgewicht.
  • Wees matig met alcohol, zout en verzadigd vet. Diabetici hebben een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
  • Bespreek je inname van suikers en andere koolhydraten met je diëtist.
  • Geef de voorkeur aan vezelrijke producten. De vezels in groenten, fruit en peulvruchten zorgen ervoor dat glucosegehalte in het bloed trager stijgt.
  • Eet regelmatig. Gebruik dagelijks 3 hoofdmaaltijden. Bespreek het gebruik van eventuele tussendoortjes of avondsnacks met je diëtist.

Bewegen en sport

Bewegen is op alle fronten voordelig, voor iedereen en zeker voor mensen met diabetes. Bewegen of sporten zorgt voor een betere bloedglucoseregeling, helpt je gewicht onder controle te houden, kan de nood aan geneesmiddelen verminderen, is goed voor bloeddruk en cholesterol, verbetert je conditie, verlaagt de kans op osteoporose, hart- en vaatziekten en sommige kankers, zorgt ervoor dat je je goed in je vel voelt, minder stress hebt en beter slaapt. Kortom, bewegen verhoogt de levenskwaliteit en de levensverwachting.

Algemene tips:

  • Elk beetje beweging is beter dan niets doen.
  • Beperk urenlang zitten. Sta elke 30 minuten even recht.
  • Kies systematisch voor extra beweging in je dagelijks leven: neem de trap in plaats van lift, fiets of loop naar bestemmingen in de buurt…
  • Beweeg daarboven op minstens 5 dagen per week gedurende minstens 30 minuten met een matige intensiteit, zodat je hartslag en je ademhaling versnellen zonder dat je buiten adem raakt: stevig wandelen, fietsen, in de tuin werken, ramen lappen…
  • Een stappenteller kan je motiveren. De norm onder de 65 jaar is 10.000 stappen per dag. Boven 65 is 8.000 stappen een goed streefdoel.
  • Probeer wekelijks ook beweging met hoge intensiteit in te plannen: stevig doorfietsen, joggen, spitten in de tuin, sporten… Kies een sport of activiteit die je graag doet en lang zal kunnen volhouden. Elke minuut beweging met hoge intensiteit telt dubbel. Als je een half uur jogt, telt dat dus voor 60 minuten beweging van de 150 minuten die je wekelijk minimaal moet halen.

Speciale tips voor mensen met diabetes:

  • Neem je gsm mee en zorg dat het thuisfront je route kent.
  • Besteed aandacht aan voethygiëne, want het risico op een schimmelinfectie en wondjes is groter. Draag steeds geschikte schoenen en kousen zonder naden.
  • Zorg dat eventuele medesporters weten hoe ze een te laag bloedsuikergehalte (hypo) kunnen herkennen en aanpakken.
  • Soms is het nodig de insuline of medicatie aan te passen vooraleer je begint met bewegen. Bespreek dit met je arts.
  • Controleer je glykemie voor de inspanning. Afhankelijk van de waarde, het soort beweging en de duur van de inspanning, kan het nodig zijn een snack met koolhydraten te eten.
  • Meet je een waarde onder de 70 mg/dl? Behandel dan je hypo en stel het sporten even uit.
  • Begin niet intensief te bewegen (bv. sporten) wanneer je je ziek voelt en een bloedsuikerwaarde boven de 270 mg/dl hebt, zeker niet wanneer uitmetingen blijkt dat je bloed of urine te veel ketonen bevat  (vooral bij type 1).
  • Hou je glykemie ook tijdens de inspanning op peil. Weet dat je glykemie tot uren na de inspanning lager kan zijn.
  • Zorg dat je altijd glucose, een gesuikerde (sport)drank of een vezelrijke koek bij de hand hebt.

Je doet er goed aan op spreekuur bij je huisarts te gaan voor je intensiever gaat bewegen, met name in geval van:

  • vragen of twijfels over je gezondheidstoestand
  • hoge bloeddruk
  • overgewicht met een BMI van meer dan 30
  • kortademigheid bij geringe inspanning
  • pijn op de borstkas
  • pijn in de benen die toeneemt bij inspanning en afneemt bij rust
  • pijn in de spieren of gewrichten tijdens of na een lichte inspanning
  • slecht genezende voetwonden

Diat1op.SV

Diat1op is een project van UZ Leuven in samenwerking met Sport Vlaanderen die de volgende 4 doelstellingen (modules) heeft vooropgesteld:

  1. Kennis over sport en diabetes bij de sporters met type 1 diabetes vergroten.
  2. Kennis over sport en diabetes vergroten bij trainers, fitnesscentra, sportartsen,...
  3. Praktijkervaring opdoen en toewerken naar sportieve uitdaging.
  4. Aanbieden van wekelijkse sportactiviteiten en korte sportkampen aan kinderen met diabetes o.l.v. arts/kinesist/diabeteseducator.

Op de website www.diat1op.be kunnen de verschillende doelgroepen (sporters, trainers, zorgverleners) alle info terugvinden voor sporters met type 1 diabetes.

 

******