GEZOND SPORTEN

Home > Voeding & Drank > Drinken > Drinktips

Drinktips

Lights

 

  • Drink genoeg in de loop van de dag. Drink de hele dag door regelmatig, tijdens en tussen de maaltijden, 1 tot 1,5 liter per dag.
  • Drink 200 tot 600 ml vlak voor de inspanning.
  • Wacht tijdens het sporten niet met drinken tot je dorst krijgt. Begin kort na de start van je sportsessie al te drinken als dat kan. Drink om de 10 of 15 minuten een flinke slok. Volg dit schema strikt als je langer dan een uur wil sporten.
  • Drink per keer niet te veel of te weinig. Een halve liter ineens doet je maag klotsen, maar voortdurend hele kleine beetjes nippen is ook niet doeltreffend. Als er wat meer water in de maag zit, dan gaat dat sneller naar de darm en wordt het verloren vocht efficiënter aangevuld.
  • Drink koel water (van ongeveer 15° Celsius). Die temperatuur is een goed compromis tussen smaak en doeltreffendheid. IJskoud water koelt je sneller af en voelt ook aangenamer in de mond, zodat je er meer van drinkt (wat op zich goed is), maar het kan buikkrampen en duizeligheid veroorzaken en het verlaat de maag trager, net als warme dranken.
  • Drink uit je eigen fles. Flessen doorgeven mag handig en sympathiek lijken, één sporter met een virus volstaat om het hele team ziek te maken. Denk aan  het milieu; gebruik een herbruikbare drinkbus. Spoel ze na het sporten, laat ze droog lekken, en vervang de drinkbus een paar keer per jaar om woekering van ziektekiemen te voorkomen.
  • Herstel je vochtbalans zo snel mogelijk na de inspanning door 150 % van het vochtverlies te drinken in de 4 tot 6 uur na de inspanning.