Uit studies weten we dat de meeste vetten die mensen eten niet uit boter, margarine, oliën of andere zichtbaar vette voedingsmiddelen komen, maar uit gebak, vlees en vleesproducten (zoals charcuterie) waarin vetten “verborgen” zitten. Sporters en mensen in het algemeen die op hun lijn of gezondheid willen letten, moeten zich daarvan bewust zijn.

De markt speelt daarop in met vetarme of light voedingsmiddelen, en met verpakkingen waarvan de consument het vetgehalte kan aflezen. Niet alleen het vetgehalte maar ook de bereidingswijze speelt een rol. Kies dus ook bewust om minder vet toe te voegen aan bereidingen. Met de juiste receptuur moet er niet op smakelijkheid ingeboet worden.

Vetten bevatten ruim twee keer meer energie dan koolhydraten of eiwitten. Bovendien worden vetten pas ingeschakeld als energiebron wanneer je al minstens een half uur intensief hebt gesport (op koolhydraten) of wanneer je wat minder intensief maar wel langdurig beweegt. Van drie keer in de week een uur stevig wandelen verlies je in het begin wellicht meer vet dan van telkens een kwartier hard te joggen – een frustrerend fenomeen voor veel beginnende joggers met overgewicht. Ze verwachten dat de kilo’s eraf zullen vliegen, maar vaak valt dat tegen.

Vet wordt ook gemakkelijk opgeslagen als reserve-energie in de vorm van lichaamsvet, veel gemakkelijker dan eiwitten of koolhydraten. De meeste mensen die duurzaam zijn afgevallen zonder chirurgie, hebben dat gedaan door meer te bewegen en minder vet te eten. Maar vetarm eten alleen is geen garantie voor gewichtsverlies, net zomin als weinig eten. Het totale voedings- en bewegingsplaatje moet kloppen.

 

Je kunt vetten verdelen in verzadigde en onverzadigde vetten; dat heeft te maken met hun chemische molecuulstructuur. De meeste verzadigde vetten zijn van dierlijke oorsprong, maar je hebt ook plantaardige verzadigde vetten, zoals palm- of kokosvet. Andersom vind je onverzadigde vetten meestal in planten, maar ze zitten ook in vette vissoorten. Onverzadigde vetten zijn doorgaans gezonder dan verzadigde, die met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten in verband worden gebracht.

Onverzadigde vetten kun je op hun beurt indelen in enkelvoudig en meervoudig onverzadigde vetten. Bij de meervoudig onverzadigde vetten is de verhouding tussen omega 3- en omega 6-vetzuren in onze voeding van groot belang. Hoewel we beide vetzuren nodig hebben, krijgen we vijftien tot twintig keer te veel omega 6-vetzuren binnen via olie die we in de keuken gebruiken, maar ook uit industrieel bereide sauzen, dressings etc. Bovendien eten we te veel vlees van dieren die voer krijgen waar grote hoeveelheden omega 6 in zitten.

Bronnen van goede vetten zijn:

  • noten, pitten en zaden
  • olijven
  • avocado
  • vette vis
  • vloeibare, plantaardige oliën zoals olijfolie

Transvet is te mijden. Transvet zit vooral in harde margarines, frituur-, bak- en braadvetten, en in gebak en snacks. Hoewel transvet uit onverzadigde vetzuren ontstaat, is het nog slechter voor het hart en de bloedvaten dan verzadigd vet. Verkies dus vloeibaar of zacht vet (zoals olijfolie) boven harde vetten, beperk koekjes en gebak, eet meer vis, en verkies verse of zelfbereide voeding boven industrieel bereide producten.

Waarom zijn vetten belangrijk?
Vetten als energiebron
Welke hoeveelheid vetten is goed?

Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden