Lights

Lagere gewichtscategorie

Sporttakken per gewichtsklasse, zoals judo of roeien, houden het risico in dat hun beoefenaars in een klasse willen kampen die ver van hun natuurlijke gewicht afwijkt. Meestal mikken zulke sporters op een lagere klasse. Soms passen ze daarvoor extreme methodes toe; ze gebruiken laxeermiddelen of gaan ongezond weinig eten of drinken. Je hebt zelfs sporters die verboden producten (zoals vochtafdrijvende stoffen) nemen om toch maar in een lagere gewichtsklasse te kunnen aantreden. 

Elke sport per gewichtsklasse heeft haar eigen regels die bepalen hoe vaak en wanneer sporters moeten worden gewogen. Ook de tijd tussen het wegen en de wedstrijd verschilt. 

Van belang zijn:

  • de gewichtscategorieën,
  • de frequentie van de competitie,
  • de duur en de intensiteit van het evenement,
  • de omgeving (binnen, buiten, warm of koud),
  • het competitieschema (één keer moeten pieken of een hele dag op verschillende momenten).

Zeker voor jongere sporters is het kiezen van de gewichtscategorie van belang om de groei en ontwikkeling niet te hinderen. Je juiste categorie is de categorie die ruimte laat voor normale groei en gewichtstoename. Vasthouden aan een onrealistische categorie is uit den boze, voor alle sporters die per gewichtsklasse wedijveren.

Een antropometrische analyse - waarbij lengte, gewicht en vetpercentage worden gemeten (en in het geval van kinderen en tieners ook de groei kan worden voorspeld) - kan een sporter helpen een haalbare of correcte gewichtscategorie te bepalen. Soms is afvallen mogelijk en wenselijk, maar een sporter die 5 kg boven de beoogde categorie zit en al een laag vetpercentage heeft, kan het best vrede nemen met een hogere gewichtscategorie, zeker als hij of zij nog groeit. 

Zo’n meting kan ook dienen om evoluties in de tijd te beoordelen. Het is belangrijk dat de meting door ervaren personen wordt uitgevoerd. Die moeten daarbij een stramien hanteren, zodat de resultaten niet worden vertekend door verandering van meetapparatuur of meettijdstip (’s ochtends of ’s avonds), door wat of hoeveel een sporter toevallig heeft gedronken of gegeten, of door een toiletbezoek. 

Dagelijks wegen hoeft niet; één keer in de week volstaat meestal.

Weet ook dat een minimaal competitiegewicht verplicht is. Eind 1990 legden de Verenigde Staten een minimaal competitiegewicht op om wantoestanden in sporten als worstelen te voorkomen. Het principe daarvan is dat bij de start van het seizoen het vetpercentage wordt bepaald en op basis daarvan het minimale competitiegewicht wordt berekend. Het laagste toegelaten vetpercentage bedraagt voor mannen 5% en voor vrouwen 12%. 


Onderliggende pagina's:

Hoe bereken ik mijn minimale competitiegewicht?
De kortetermijnaanpak
De langetermijnaanpak

Contacteer ons Privacy Cookies Gebruiksvoorwaarden